Conceptontwikkelaar Mirre: "Een sterk concept laat voelen hoe een plek straks gaat leven."
Hoe zorg je ervoor dat een gebied straks prettig voelt, herkenbaar is én klaar voor de toekomst? Volgens conceptontwikkelaar Mirre Kokkeler begint dat niet met gebouwen ontwerpen, maar met begrijpen wat een plek nodig heeft.
“Een sterk concept geeft richting,” vertelt Mirre. “Het moet logisch voelen, maar tegelijkertijd ook een nieuw perspectief bieden. Mensen moeten zich ermee kunnen identificeren.” Binnen Dura Vermeer werkt Mirre aan gebiedsconcepten waarin locatie, maatschappelijke opgaven en ambities samenkomen in één helder verhaal. ‘Zodat het voor iedereen helder wordt hoe een plek gaat worden. Voor toekomstige gebruikers en voor iedereen die betrokken is bij de uitwerking en besluitvorming.
Begrijpen wat er al is
Het begint in conceptontwikkeling altijd met goed kijken naar een gebied vertelt Mirre: “Je wilt eerst begrijpen wat er al speelt. Welke ecologische kwaliteiten zijn er? Hoe functioneren de sociale structuren? En waar liggen de uitdagingen op het gebied van leefbaarheid of duurzaamheid?”
Samen zoeken naar wat een plek nodig heeft Conceptontwikkeling gebeurt volgens Mirre nooit alleen. Binnen projecten werkt ze nauw samen met ontwikkelaars, projectmanagers, stedenbouwkundigen, architecten en duurzaamheidsexperts. “Na een brainstorm ga je ideeën samen verder aanscherpen. Je blijft continu zoeken naar de juiste balans tussen ambitie en haalbaarheid, zonder de kwaliteit van het concept uit het oog te verliezen.”
Voor Mirre is een concept uiteindelijk pas geslaagd als het in de praktijk verder gebracht wordt. “Wanneer gebruikers (mensen en natuur) de identiteit van de plek als het ware adopteren en nog meer eigen maken. Zo hebben we voor projecten als Tex in Enschede en Berkummer Dijck in Zwolle gezamenlijke plekken bedacht voor het versterken van de buurt. En binnen het Gildenhof in Zwolle zijn routes en functies zo ontworpen dat verschillende doelgroepen elkaar regelmatig ontmoeten en zo onderling contact makkelijker ontstaat.”
Vanuit die analyse ontstaan vervolgens ontwerpprincipes en programmakeuzes die richting geven aan het plan. “Zo worden duurzaamheid en leefbaarheid geen losse toevoegingen achteraf, maar vanzelfsprekend onderdeel van het concept. Die integrale manier van werken sluit nauw aan op Het Goede Doen, het maatschappelijke kompas van Dura Vermeer om verantwoordelijk bouwen, voor de mens én voor de aarde.”
Slimme keuzes vroeg in het proces
Juist in de conceptfase liggen volgens Mirre de grootste kansen om waarde toe te voegen. “Daar kun je keuzes maken die zowel leefkwaliteit als ecologische duurzaamheid versterken. Dat zit vaak dichter bij elkaar dan mensen denken.” Zo noemt ze klimaatadaptieve gezamenlijke buitenruimtes als voorbeeld.
“Die zorgen voor ontmoeting en prettiger wonen, maar dragen tegelijkertijd bij aan hitte reductie, wateropvang en biodiversiteit. Als je die samenhang vroeg inzet, voorkom je dat plannen een stapeling van losse ambities worden.”