Betontechnoloog Sigrid Mulders maakt van CO2-arme betontoepassingen de norm
Betontechnoloog Sigrid Mulders is als adviseur duurzaam beton voor Dura Vermeer op een ‘missie’ om CO2-arme betontoepassingen de norm te maken. “CO2-neutraal bouwen met beton is geen verkooppraatje, maar een realistisch toekomstbeeld.”
“Ik was mij er vroeg van bewust dat we als mens een bepalende diersoort zijn op deze planeet. En dat als we bewust met die macht omgaan, we veel goeds kunnen doen.” Met die gedachte in haar achterhoofd studeerde ze af als ingenieur aan de Technische Universiteit Eindhoven met een onderzoek naar de constructieve mogelijkheden van hout. Toch belandde ze, naar eigen zeggen ‘per ongeluk’, in de betonsector. Een keuze die steeds meer begon te wringen naarmate de aandacht groeide in de bouwsector voor de enorme ecologische voetafdruk van het materiaal. “Ik dacht: wat doe ik hier eigenlijk? Het was juist altijd mijn doel de wereld een stukje beter achter te laten.”
Missie
Vanuit die intrinsieke motivatie dook ze in de mogelijkheden van beton. “Je ontkomt immers niet aan de inzet ervan”, licht ze toe. En wat bleek: de waarheid over beton bleek niet zo zwart-wit als zij, en de sector, dacht. “Ik wist niet beter dan dat we met z’n allen moesten accepteren dat beton nou eenmaal vervuilend is. Maar tijdens mijn research ontdekte ik een legio aan mogelijkheden om beton te verduurzamen.” Sindsdien is het haar missie om van CO2-arme betontoepassingen de norm te maken. “Ik verspreid het betonevangelie”, grapt ze. “Beton heeft de potentie om ergens in de komende tien jaar een carbon sink te zijn.” Oftewel: het kan met de juiste toepassing meer CO2 opnemen, dan uitstoten. Geen abstract verkooppraatje benadrukt de technoloog, maar een realistisch toekomstbeeld: “Het is technisch al haalbaar, maar we moeten als sector de kansen wel samen omarmen. Als we beton gebruiken, laten we er dan samen voor zorgen dat het onderdeel is van de oplossing.”
Het Goede Doen
In Dura Vermeer vond Sigrid haar match. “Directeur Duurzaamheid Lizzy Butink kiest er bewust voor niet weg te lopen voor de uitdagingen op het gebied van beton, maar er juist in te investeren. Het doel is niet alleen om de milieu-impact te verkleinen, maar een goede impact te maken.” Een doelstelling die geborgd is met de ondertekening van het Betonakkoord in 2024. Meer dan alleen een formaliteit of een mooi streven, benadrukt Sigrid. “Dura Vermeer deinst niet terug voor pilots en experimenten binnen projecten die noodzakelijk zijn om bewijslast te creëren voor CO2-arme betontoepassingen. We hebben al veel concrete stappen gezet.”
Specifiek bij Dura Vermeer Bouw en Vastgoed Rotterdam is al veel gebeurd. “We verduurzamen beton niet met één standaardoplossing, maar met gerichte keuzes per project”, licht Sigrid toe. Zo is bij de bouw van de groene woonwijk de Molenwei in Spijkenisse en de gebiedsontwikkeling Vrouwenpolder in Barendrecht samen met Geelen Beton gekozen voor duurzamere breedplaten en een aangepast casco. In de gebiedsontwikkeling WijCK in Centrumlijn Noord zijn in fase 2 onder meer een CO2-arm betonmengsel in de onderbouw en warme tunnelgietbouw toegepast. “Door de eerste tien uur externe warmte toe te voegen met kachels, hoeft het beton zelf minder warmte te genereren om uit te harden”, legt Sigrid uit. “Door die belasting weg te nemen, kan het beton met een lagere milieu-impact uitharden. Na tien uur is het sterk genoeg om door te bouwen.” Ook is er bij WijCK gekozen voor een duurzamere betonsamenstelling voor wanden en opstortwanden.
Project WijCK in Pijnacker
Sigrid Mulder - Betontechnoloog
Net als bij de realisatie van het wooncomplex Velo in Sloterdijk waar is gewerkt met een CO2-arme betonmengsel in wanden en breedplaatvloeren. Bij de realisatie van ruim 170 woningen in de duurzame nieuwbouwwijk Waelpolder in ‘s-Gravenzande lag de nadruk juist op duurzamer heiwerk in samenwerking met Verhoef Funderingstechnieken en wederom: warme tunnelgietbouw. “Op deze manier verlagen we stap voor stap de CO2-impact van onze ruwbouw”, aldus Sigrid, “steeds passend bij het project en de constructie.”
Knoppen
De technoloog legt uit dat er naast warmte, grofweg nog twee andere knoppen zijn om aan te draaien om de uitstoot van beton te verlagen: de uithardingstijd en het bindmiddel. “Een CO2-intensief mengsel is snel op sterkte, wat fijn is als je snel moet bouwen, maar dit is niet altijd nodig. Denk aan een funderingsstrook die toch in het zand blijft liggen. Met een andere cementkeuze kunnen we soms al de helft van de impact eraf snoepen. In principe is het simpel, maar het vraagt een stuk bewustwording.” Iets waar de adviseur zich dagelijks voor inzet. “Samen met projectmanagers en -teams, opdrachtgevers en leveranciers bekijk ik wat de mogelijkheden zijn per project om betontoepassingen te verduurzamen. Met de juiste keuzes in proces en mengsel kun je flink verduurzamen zonder concessies te doen aan kwaliteit.”
Risicovol?
In veel structurele toepassingen zijn duurzame mengsels volgens de adviseur een logische eerste stap. Waarom ze nog niet overal worden toegepast? “De bouw is van nature risicomijdend en dat is maar goed ook, want daardoor zijn onze gebouwen veilig”, zegt Sigrid. “Het idee dat CO2-arme mengsels per definitie risicovol zijn, klopt niet.”
Het gaat om wettelijk goedgekeurde cementen die binnen de bestaande normen vallen. Experimenteren gebeurt binnen die kaders. Dat maakt het niet spannend of onveilig. Wel vragen sommige alternatieve cementsoorten om een andere aanpak in de uitvoering. Denk aan meer uithardingstijd of extra ondersteuning. Dat vraagt aandacht, maar zegt niets over de veiligheid.
Bij andere innovaties is aanvullende bewijslast wél wenselijk. Dan gaat het om toepassingen die technisch nog niet gangbaar zijn, zoals wapeningsreductie bij zelfhelend beton, toevoeging van carbon capture materialen, geopolymeerbeton of elektrificatie. Ook bij minder gebruikelijke producten of maatregelen is terughoudendheid logisch. Zeker als het gaat over constructieve prestaties of duurzaamheid op lange termijn, zoals scheurvorming of andere schademechanismen.
Juist daarom bouwen we ervaring op met pilots waar dat nodig is. Niet om partijen te overtuigen van iets dat buiten de norm valt, maar om inzicht te geven in prestaties van nieuwe of minder bekende toepassingen. Zo combineren we innovatie met de zorgvuldigheid die de sector kenmerkt.
Om opdrachtgevers aan de hand te nemen, richten pilots zich altijd op onderdelen van de bouw waar de constructieve belasting van het materiaal laag is. “We beginnen bij wijze niet met een nieuw product in een parkeerkelder onder een gebouw van twintig verdiepingen, maar bij een binnenwandje. Vanaf hier bouwen we steeds verder uit. Elke innovatie begint klein, ontwikkelt zich door en wordt als er genoeg bewijslast is op een gegeven moment de norm.” Een pilot is volgens de adviseur dan ook pas geslaagd als de toepassing ‘mainstream’ is. “Zoals staalvezel, hier kan eigenlijk geen bezwaar meer tegen worden verzonnen.”
Samen
Dat Sigrid nu, zoals ze als kind al droomde, als adviseur duurzaam beton een positieve impact maakt op het milieu, maakt haar trots. “Maar ik kan en doe het niet alleen”, benadrukt ze. “De hele sector moet in beweging komen. Van leveranciers die, met ons, durven te experimenteren met nieuwe producten tot opdrachtevers die vanuit milieubewustzijn onze pilots omarmen. En bovenal onze mensen in de uitvoeringsteams en op de bouw die praktisch meedenken. “Ik ben echt trots op de teams die hier dagelijks aan werken.” Als voorbeeld licht ze de gebiedsontwikkeling WijCK in Pijnacker uit: daar nam het uitvoeringsteam zelf het initiatief om verder te verduurzamen. “Ze namen geen genoegen met één maatregel. Zelfs terwijl de bouw al liep en effecten nog niet altijd in de rekenmethodes zichtbaar waren, bleven ze zoeken naar wat er wél mogelijk was.” Die intrinsieke motivatie maakte het verschil, benadrukt Sigrid, met een speciale waardering voor duurzaamheidsmanager Ilse van den Bergh, die als organisator en aanjager een belangrijke rol speelt in deze aanpak.
De betontechnoloog ziet hoe intrinsieke motivatie en vakmanschap samenkomen in de ambitie om beton steeds verder te verduurzamen. “Onze pilots zijn nu druppels op een gloeiende plaat, maar die hele plaat moet vol. Dat krijgen we alleen samen voor elkaar.”
Durf
De grootste uitdaging zit volgens de adviseur in het omarmen van nieuwe processen en toepassingen. “We moeten verder durven kijken dan het ongemak van praktische bezwaren als beperkte budgetten en tijd. Door bijvoorbeeld de opleverdatum een maand op te schuiven, kan ruimte ontstaan om duurzamer te bouwen. Ik wil met name opdrachtgevers meegeven dat ze meer invloed hebben dan ze zich misschien realiseren. Als sector moeten we samen hetzelfde doel voor ogen hebben: nul CO2-uitstoot op de teller in 2050. We hebben de kans om het goede te doen. Om een verschil te maken met ons werk. Hoe gaaf is dat?”