Nieuwe woningfabrieken? Eerst de bestaande efficiënter inzetten!

5 november 2026

We moeten veel woningen bouwen, met minder mensen en tegen lagere kosten. Dan lijkt de oplossing voor de hand te liggen: industrialiseren, automatiseren en woningen uit nieuwe fabrieken laten rollen. Dorien Staal van Dura Vermeer is voorstander van industrialiseren, maar ziet ook dat er veel productiecapaciteit voorhanden is. Voor haar is de vraag niet hoe we nóg meer fabrieken neerzetten, maar hoe we de bestaande capaciteit digitaal kunnen koppelen en efficiënter kunnen gaan inzetten. Daar ligt de sleutel voor betaalbaarheid en dus werkt ze daaraan met de Virtual Factory.

Een fabriek zonder hal

“Bij een Virtual Factory denken mensen al snel aan robots, machines en een grote hal. Maar wij hebben bewust geen eigen woningfabriek bij Dura Vermeer. Onze Virtual Factory is eigenlijk een bedrijfsbureau, met veel digitale intelligentie. Bijvoorbeeld de decision engine die de vraag van de opdrachtgever verbindt met de mogelijkheden van verschillende producenten. Dat vind ik een belangrijk verschil. De afgelopen jaren zag je verschillende bouwbedrijven eigen woningfabrieken opzetten. Ik snap die beweging, want we moeten sneller, efficiënter en betaalbaar bouwen. Maar ik zag tegelijkertijd iets anders: de nieuwe woningfabrieken, maar ook veel bestaande fabrieken, kampen met discontinuïteit. Planningen schuiven, bouwplaatsen lopen vertraging op en voorraden stapelen zich op. Processen zijn onvoldoende op elkaar afgestemd. Een fabriek die vandaag volle bak produceert, kan morgen ineens overcapaciteit over hebben. Daar zit een enorme verspilling.”

Benut eerst wat er al staat

“We hebben al veel fabrieken beschikbaar die componenten en elementen voor woningen produceren. Bedrijven die dat soms al jaren doen en die de kinderziektes allang achter zich hebben gelaten. Ze leveren vakmanschap en een con- stante kwaliteit. Waarom zouden we die kennis negeren en als bouwers allemaal een eigen fabriek gaan neerzetten?

Ik geloof meer in een netwerk van woning- en componentenfabrieken. Als we vraag en aanbod digitaal met elkaar verbinden, kunnen we de productiecapaciteit veel slimmer verdelen. Heeft fabriek A geen ruimte, dan kan fabriek B misschien wel leveren. En anders fabriek C die het sneller kan. Zo ontstaat flexibiliteit zonder dat ieder bouw- bedrijf zelf een enorme productie- capaciteit hoeft neer te zetten en vervolgens verantwoordelijk is om die continu gevuld te houden. We zijn geen nobel reddingsplan aan het bedenken voor de bestaande woningfabrieken, maar het is veel verstandiger om het te doen met wat we al hebben. Als bestaande fabrieken rendabeler kunnen produceren, kunnen ze verder automatiseren, industrialiseren en opschalen. Daar profiteert uiteindelijk de hele keten van. Met in het bijzonder de uiteindelijke bewoner, omdat we de investeringen over meer woningen kunnen verspreiden. Ik verwacht dat slimmer gebruik van die fabrieken de productiekosten met tien tot vijftien procent kan verlagen. Een belangrijk deel van die winst zit simpelweg in het terugdringen van de huidige discontinuïteit.”

Eerst de opgave, dan de fabriek

“Daarvoor moeten we wel anders gaan denken. Nu bepaalt de gekozen productiemethode nog te vaak de oplossing. Je hebt een fabriek, die fabriek kan bepaalde woningen maken en dus probeer je de opgave daarop aan te passen. Ik wil het omdraaien. Begin bij de opgave. Welke prestaties vraagt de opdrachtgever? Wat moet een gebouw kosten? Hoe losmaakbaar moet het zijn? Welke andere prestatie-eisen gelden er, zoals circulariteit of duurzaamheid? Vervolgens leg je daar digitaal de mogelijkheden en randvoorwaarden van producenten naast. Dan kun je zoeken naar de beste maakbare oplossing. Misschien bestaat die uit 3D- modules, uit 2D-elementen of uit een combinatie ervan. Dat maakt mij minder uit. Zolang we maar weten welke partijen wat kunnen maken en tegen welke voorwaarden. Daarom is digitalisering zo belangrijk. Zonder de juiste, uniforme data lukt dit niet.”

What you BIM is what you get

“We sturen nu bijvoorbeeld al BIM-bestanden rechtstreeks naar partners die prefab elementen produceren. Ik noem dat ‘what you BIM is what you get’. Wat in het model staat, gaat rechtstreeks de productie in. Dat klinkt misschien als een tech- nische verbetering, maar de impact is veel groter. Een producent hoeft onze informatie niet opnieuw over te nemen of modellen nog eens opnieuw te maken. We hoeven niet eindeloos bestanden heen en weer te sturen en wijzigingen opnieuw te verwerken. De data die wij genereren, kan uiteindelijk rechtstreeks de robots en machines van onze partners aansturen.

Daarmee halen we verspilling uit de werkvoorbereiding én kunnen we wat later in het proces de definitieve productiegegevens delen. Dat laatste is belangrijk. Hoe later je definitieve data naar een fabriek stuurt, hoe kleiner de kans dat er daarna nog wijzigingen komen. Digitalisering is voor mij daarom geen sausje over industrialisatie. Het is de infrastructuur eronder.”

Dorien Staal
Directeur Virtual Factory
Dorien Staal
Directeur Virtual Factory
“De woningfabriek van de toekomst draait minder om eigen en meer om samen”

Data wordt de gemeenschappelijke taal

“De volgende stap is dat we de mogelijkheden van samenwerkingspartners steeds beter digitaal vastleggen. Niet alleen ‘wat maak je?’ Maar ook: hoe assembleer je, binnen welke afmetingen, toleranties, prestaties en andere randvoorwaarden? Als die informatie uniform beschik- baar is, ontstaat iets interessants. Dan hoef je voor iedere opgave niet opnieuw het hele land af te bellen om uit te zoeken wie wat kan maken. Je kunt de vraag digitaal naast het beschikbare aanbod leggen. Ik zie daarin ook een mooie verbinding met de Conceptenboulevard van het Netwerk Conceptueel Bouwen. Stel dat je daar niet alleen kunt zoeken naar een woningconcept dat aan bepaalde prestaties voldoet, maar daarachter ook een intelligente Componentenboulevard hebt. Dan verbind je de vraag rechtstreeks met maakbare oplossingen en beschikbare productiecapaciteit. Data is daarvoor de basis. Welke intelligentie we daar over een paar jaar bovenop zetten, weet ik zelf niet eens. Die ontwikkeling gaat sneller dan wij nu kunnen bedenken.”

Industrialiseren is vooral samen organiseren

“We praten bij industrialisatie graag over robots, fabrieken en techniek. Maar volgens mij zit de grootste verandering ergens anders: in de manier waarop we als sector samenwerken. We kennen onze woning- bouwopgave. Tegelijkertijd worden vakmensen in de gehele keten schaarser en moeten woningen betaalbaar blijven. Dan kunnen we ons niet permitteren dat iedere partij zijn eigen systeem optimaliseert terwijl de keten als geheel blijft haperen.

De woningfabriek van de toekomst is wat mij betreft helemaal geen fabriek. Het is een netwerk waarin opdrachtgevers, bouwers en producenten dezelfde digitale taal spreken, capaciteit delen en samen de best maakbare oplossing organiseren. De machines en de robots hebben we voor een belangrijk deel al. Nu moeten we zorgen dat ze met elkaar kunnen communiceren en écht samen gaan werken.”


Vragen? Onze specialisten helpen je graag!

Bouw en Vastgoed
Dorien StaalDirecteur Virtual Factory Regio's Utrecht, Noord-Holland, Noord-Brabant

Lees meer: