De echte concurrentie tussen campusgebieden gaat om talent, niet vastgoed
In heel Europa wordt volop geïnvesteerd in life sciences- en innovatiecampussen. Nieuwe gebouwen, meer vierkante meters, betere faciliteiten. Ook in Nederland zien we die ontwikkeling op plekken als Leiden Bio Science Park, Utrecht Science Park en Wageningen Campus.
Logisch, want de vraag groeit. Universiteiten breiden uit, start-ups schalen op en internationale bedrijven zoeken ruimte om zich te vestigen. Maar het succes van een campus wordt niet bepaald door vastgoed. Onze ervaring zegt van niet.
Het draait niet om gebouwen, maar om talent
Campussen concurreren niet op gebouwen, maar op mensen. Bedrijven kiezen hun locatie op basis van toegang tot talent: onderzoekers, studenten, start-ups en scale-ups. Ze zoeken een omgeving waar samenwerking vanzelf ontstaat en kennis makkelijk wordt gedeeld. Niet voor niets bevindt bijna 78% van de R&D-clusters wereldwijd zich in de directe nabijheid van een universiteit. Daar zit de concentratie van kennis en vernieuwing. Dat maakt een campus aantrekkelijk. Niet het aantal vierkante meters.
Een ecosysteem ontstaat niet door één gebouw neer te zetten. Het groeit door de interactie tussen mensen en organisaties. Vastgoed speelt daarin wel een rol. Een goed gebouw brengt mensen samen en maakt samenwerken makkelijker. Een slecht gebouw doet het tegenovergestelde en houdt mensen juist uit elkaar. Vastgoed is dus geen doel op zich, maar een middel.
Een gebouw dat ontmoeting mogelijk maakt
Versterkt het ecosysteem van de campus.
Talent en samenwerking
bepalen de aantrekkingskracht van een campus.
Vastgoed moet ontmoeting mogelijk maken
Bij Dura Vermeer Commercieel Vastgoed kijken we daarom verder dan alleen het programma van eisen. Natuurlijk moeten laboratoria, installaties en cleanrooms technisch kloppen. Dat is de basis. Belangrijker is wat er tussen mensen gebeurt. We ontwerpen gebouwen die ontmoeting stimuleren. Met gedeelde voorzieningen, informele werkplekken en plekken waar je elkaar vanzelf tegenkomt. Niet omdat het moet, maar omdat het werkt. Daar ontstaan ideeën, samenwerkingen en innovatie.
De campus van morgen vraagt om flexibiliteit. De wereld van onderzoek verandert snel. Technologie ontwikkelt zich, AI speelt een grotere rol en de manier van werken verschuift. Gebouwen moeten daarin mee kunnen bewegen. Dat vraagt om flexibiliteit: ruimtes die zich aanpassen aan nieuwe vormen van onderzoek én samenwerking. Niet star, maar toekomstbestendig.
Een sterke campus is geen optelsom van gebouwen, maar een ecosysteem waarin mensen, kennis en faciliteiten samenkomen. Daar ligt ook onze rol als ontwikkelaar. Niet alleen realiseren wat vandaag nodig is, maar bijdragen aan een omgeving die blijft werken. Want een campus wordt pas echt waardevol als mensen er willen zijn. Als talent er naartoe trekt en blijft.