De weg van Gertjan Farla bij Dura Vermeer: ‘Ik ben meer een verbinder dan een techneut’
Niet iedereen in de railinfra komt via de klassieke route van technische opleidingen en stages in de sector terecht. Gertjan Farla, projectmanager bij Dura Vermeer Railinfra, begon zijn schoolloopbaan op de mavo en het vbo en stopte zelfs een tijd met school. Inmiddels heeft hij een mastertitel op zak en stuurt hij complexe spoorprojecten aan. Zijn kracht is niet de techniek, zegt hij zelf, maar het verbinden van mensen.
“Ik ben nergens echt goed in, maar ik kan alles een beetje”, zegt Gertjan met een glimlach, en met de nodige zelfkennis en zelfspot. “Juist daardoor kan ik mensen bij elkaar brengen en teams goed laten functioneren.”
Eerste kennismaking met het spoor
Zijn fascinatie voor het spoor begon al op jonge leeftijd. Gertjans vader werkte als onderhoudsmonteur bij de NS in Roosendaal. Af en toe pakten ze samen de trein om de werkplaats te bezoeken. Daar stond vaak een automontagewagen die ’s nachts werd ingezet voor het onderhoud aan het spoor. “Als jongen klom ik dan achter het stuur of boven op het dak. De geur van koper en olie kan ik me nog steeds herinneren. Dat maakte een diepe indruk.”
Toch leek een carrière in de spoorsector aanvankelijk niet voor de hand te liggen. Gertjan volgde eerst een opleiding aan de pabo. Maar toen zijn vader hem voorstelde om in het spoor te werken om wat bij te verdienen, veranderde dat.
Zijn eerste werkdag staat hem nog helder voor de geest. “Ik stond ’s avonds om elf uur klaar met mijn toen nog vlekkeloos gele pak aan, helm op en gereedschapstas bij me. Iedereen keek me aan en zei: ‘Jongen, wat kom jij doen?’ Ik moest eerst maar eens koffie gaan drinken.”
Hij begon als monteur en werkte vaak in buitendienststellingen, waarbij het spoor ’s nachts of in weekenden wordt aangepakt. Daar ontdekte hij hoe complex de spoorwereld eigenlijk is. “Mensen denken vaak: er ligt een spoor en daar rijdt een trein over. Maar er zit veel meer achter. Je hebt bovenleiding, treinbeveiliging, kabels en leidingen, voeding; allerlei disciplines die samen moeten werken om een trein te laten rijden.”
Van monteur naar projectmanager
Gertjan merkte al snel dat zijn talenten minder in de techniek lagen en meer in het organiseren en analyseren. “Ik wist dat ik niet de handigste was met gereedschap. Maar ik kon wel anders naar processen kijken.”
Na twee jaar werd hij werkvoorbereider en ging hij zich bezighouden met technische bedrijfskunde. Daar ontdekte hij hoe vaak processen in de sector vooral op routine draaien. “Veel mensen deden het werk al veertig jaar en zeiden: zo doen we het altijd. Dan vroeg ik: waarom eigenlijk?”
Zijn loopbaan ontwikkelde zich daarna snel. Via verschillende rollen in de sector kwam hij uiteindelijk in 2022 terecht bij Dura Vermeer Railinfra, waar hij nu projectmanager is. In die rol stuurt hij meerdere projecten en teams tegelijk aan. “Je hebt te maken met techniek, financiën, regelgeving en vooral met mensen. Dat maakt het werk zo interessant.”
Verbinden in een technische wereld
Volgens Gertjan draait succesvol projectmanagement in de railinfra vooral om samenwerking. “Ik probeer een omgeving te creëren waarin mensen zich veilig voelen en waarin ze fouten mogen maken.”
Dat idee sluit aan bij het bekende Aristotle-project van Google, waarin hij zich tijdens zijn masteropleiding verdiepte, dat kijkt naar succesvolle teams. “Als mensen werk doen waar ze goed in zijn en plezier in hebben, groeit hun vertrouwen. Dan krijg je betere teams”, vertelt Gertjan enthousiast.
Die filosofie past hij ook toe in zijn eigen projecten. “Ik zeg altijd: ik kan nog geen Excel-bestand netjes invullen zonder fouten. Maar gelukkig zijn er mensen die dat wel goed kunnen en dat ook leuk vinden.”
Spanningen tussen opdrachtgever en aannemer
Tijdens zijn studie deed Gertjan onderzoek naar de relatie tussen opdrachtgevers en aannemers in spoorprojecten. Daarbij keek hij onder meer naar contractvormen van ProRail en de impact daarvan op samenwerking.
Een belangrijke conclusie: problemen ontstaan vaak al in de ontwerpfase. “ProRail wil ontzorgd worden, maar aannemers proberen zich te onderscheiden in de aanbesteding. Daardoor ga je meteen kijken waar het contract niet helemaal klopt. Dan zet je de relatie eigenlijk direct onder druk.”
Contractvormen waarbij partijen al in een eerder stadium samenwerken, zoals bouwteam- en twee-fasencontracten, werken volgens hem vaak beter. “Dan ga je samen kijken: wie draagt welk risico en hoe lossen we dat op? Dat scheelt een hoop gedoe later.”
Trots op moeilijke projecten
Als Gertjan terugkijkt op zijn carrière tot nu toe, zijn het vooral de ingewikkelde projecten waar hij het meest trots op is. Een daarvan is een spoorproject tussen Zaandam en Uitgeest, waar de relatie met de opdrachtgever aanvankelijk onder druk stond. “We hebben daar uiteindelijk het vertrouwen weer teruggekregen en het project goed afgerond. Dat was voor mij een moment waarop ik dacht: misschien beheers ik dit vak toch wel.”
Ook een project in Tilburg, onderdeel van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS), is Gertjan bijgebleven. Toen hij betrokken raakte was het allesbehalve een eenvoudig project. De opgave was complex, de relatie stond onder druk en financieel kende het project een uitdagende start.
In plaats van tegenover elkaar te blijven staan, werd juist gezocht naar wat ons bond: het gezamenlijke belang van een goed en veilig spoor. Door open gesprekken te voeren, naar elkaar te luisteren en begrip te tonen voor elkaars positie, ontstond langzaam weer ruimte voor samenwerking.
“Stap voor stap zijn we weer als één team gaan werken. Met Arcadis, ProRail, Sweco en Dura Vermeer. De klanttevredenheid vanuit ProRail is inmiddels ruim voldoende en de financiële druk is teruggebracht tot een minimum. Daar ben ik trots op. Niet omdat iemand het alleen heeft gedaan, maar omdat we het samen hebben weten te bereiken.”
Uitdagingen voor de railinfra
De sector staat volgens Gertjan voor grote uitdagingen. Een van de grootste is in zijn ogen het verdwijnen van kennis door vergrijzing. “De ervaren mensen gaan met pensioen en nieuwe mensen hebben minder tijd om het vak te leren.”
Tegelijkertijd groeit de vraag naar spoorprojecten en worden de eisen steeds complexer. “Je hebt meer disciplines nodig, meer regelgeving en meer specialisten. Dat maakt projecten ingewikkelder.”
Daar komt nog bij dat de railsector relatief onbekend is voor jongeren. “Veel mensen hebben geen idee wat er allemaal komt kijken bij het spoor. Ze zien alleen dat de trein te laat is.”
Een dag ‘minister Farla’
Stel dat hij één dag minister van Infrastructuur en Waterstaat zou zijn, wat zou hij dan veranderen? Gertjan hoeft daar niet lang over na te denken. “Ik zou de verbinding zoeken tussen alle partijen in de sector. We hebben allemaal hetzelfde doel, maar we begrijpen elkaar niet altijd.”
Meer wederzijds begrip tussen opdrachtgevers en aannemers zou volgens hem al veel problemen kunnen voorkomen. “Als we elkaar beter begrijpen, kunnen we samen beter bouwen aan het spoor van Nederland.”
Bronvermelding: infrasite.nl