Vorige
Nieuws

Circulair bouwen in Drenthe: nieuwe mindset nodig voor een lang en gelukkig leven

We leven in een consumptiemaatschappij. Producten die niet meer werken, worden waardeloos en gooien we weg. Hetzelfde geldt voor onze gebouwen. Voldoen ze niet meer? Dan slopen we ze en zetten we iets nieuws neer. Onnodig verlies van waarde. Ik, Judith Lansink tendermanager bij Dura Vermeer, vind dat het anders moet. En dat kán ook. Onder de vlag van de proeftuin ‘Drenthe woont Circulair’ en in samenwerking met onder andere corporatie, sloper, ecoloog, biofilisch ontwerper en bewoners gaat Dura Vermeer op zoek naar nieuwe waardestromen voor circulair bouwen. Niet het gebouw, maar de mens staat centraal.

We moeten een gezonde woonomgeving creëren én behouden die de leefstijl en behoeftes van de diverse doelgroepen optimaal faciliteert. In de bouw- en vastgoedbranche zijn we goed in nadenken over materialen, vormen en oplossingen. De technische kant van het circulariteitsverhaal. Welke materialen kies je en hoe verwerk je ze op een hoogwaardige manier? Maar ik vind dat circulariteit verder gaat dan het toepassen van creatieve oplossingen op het gebied van materialen en techniek. Ook ecologie speelt een belangrijke rol: het gaat over het toepassen van zoveel mogelijk natuurlijke niet-toxische materialen.

Proeftuin

De Drentse proeftuin bestaat uit 6 projecten waarvan wij er één uitvoeren: de bouw van twintig circulaire woningen in Assen voor corporatie Actium. In het ontwerpproces denken 20 verschillende deskundigen mee vanuit hun eigen expertisegebied. Uniek is dat we aan de technische en ecologische cirkel een ‘mens’ cirkel hebben toegevoegd. Bewoners en gedragsdeskundigen spelen een belangrijke rol in het ontwikkelproces. Alle kennis die we opdoen in deze proeftuin delen we met de andere proeftuindeelnemers. Positief, want ik denk dat samenwerking tussen alle stakeholders de sleutel vormt om circulair denken en handelen binnen de bouwsector te versnellen.

Waardestromen

Bij de start van de proeftuin zijn we begonnen met het analyseren van het huidige bouwproces en het in beeld brengen van de waardeketen. Onder andere door alle momenten van waardeoverdracht in kaart te brengen. Een essentiële stap vind ik. Zo kom je erachter waar je verspilling kunt voorkomen en waar de kansen liggen op het gebied van economische en ecologische waarde. En als je deze kansen of stromen helder voor ogen hebt, rijst de vraag; hoe sluiten ze aan op gebruikersbehoeften en trends in de markt? En wat is ervoor nodig om ze te realiseren op het gebied van bijvoorbeeld kapitaal, investering, vaardigheden of verandering van mindset?

Hoe kan het beter?

(Eco-)systeemdenken en het denken in flexibiliteit en levensduur van gebouwdelen zijn belangrijke hulpmiddelen om waardestromen te onderscheiden. Hoe maak je optimaal gebruik maken van alle elementen die de natuur levert? En hoe gaan materialen zo lang mogelijk mee? Op industrieel niveau door materialen makkelijker demontabel en universeel uitwisselbaar te maken. De levensduurverlenging van zo’n gebouwonderdeel of element vermindert de milieu-impact en draagt bij aan een verminderde vraag naar grondstoffen. Maar ook door bijvoorbeeld installaties draadloos en op één vaste plek in een woning te centreren, zodat je ze eenvoudig kunt updaten of helemaal vervangen. Plug and play en goede afstemming tussen high-tech oplossingen waar nodig en low-tech oplossingen waar kan.

Duurzaam geluk

Maar om echt duurzaam geluk te realiseren, moet je uiteraard ook de mens meenemen in je plannen en onderzoeken. Kijk bijvoorbeeld naar de plattegrond en indeling van een huis. Voldoende daglicht is van essentieel belang. Uit onderzoek blijkt dat een relatief breed huis meer flexibiliteit in indeling geeft en meer zon ‘vangt’ dan een langwerpig huis. Maar veel woningen die nu volgens de ‘Bijna Energieneutraal Gebouw’ (BENG)-norm worden gebouwd, krijgen juist te weinig daglicht binnen omdat glas slechter isoleert dan een dichte gevel. Als bouwer moet je dan dus juist iets extra’s doen.

Mentaliteitsverandering nodig

Het uiteindelijke doel is woningen te bouwen die mensen gelukkiger en gezonder maken, maar tegelijkertijd op de lange termijn een sluitende business case opleveren. Daarvoor is een mentaliteitsverandering nodig. Bij bewoners, maar ook bij ons als bouwer. Het betekent nadenken over de toekomstbestendigheid van technische oplossingen, schaalbare processen, demontabele materialen en standaardproducten en de mate van maatwerk. Kortom: denken in circulaire business modellen en niet meer in lineaire modellen. Want het bouwen van een circulaire woning kost misschien meer geld, maar levert op de lange termijn meer op en zou dus in feite makkelijker financierbaar moeten zijn.

We moeten vastgoed niet in z’n geheel afschrijven, maar restwaarde creëren en waarderen, zodat een lagere financiering gebruikelijk wordt. Want als een huis eenvoudig demontabel en herbruikbaar is, krijgt het bijna het eeuwige leven. En laat dat nou precies zijn wat ik wil bereiken!

Deel deze pagina